dinsdag 29 september 2015

Een zotte oude doos?

Toen ik in een ver (meer dan twintig jaar geleden!) en duister verleden op de universiteitsbanken in de Kulak (Germaanse talen, Nederlands en Duits) zat te ploeteren met leerstof waar ik absoluut nog niet klaar voor was, had ik nooit kunnen denken dat dit ooit zou gebeuren:





Oké, een beetje vroeg voor een midlifecrisis, maar verder is dit toch een beslissing die je wereld toch een beetje onder zijn grondvesten doet daveren - en ik heb het helemaal zelf gedaan.


In de colleges Duitse letterkunde van toen zat een oude doos in erg onhandige lesbanken. Geen kartonnen recipiënt voor zelfgetypte syllabi en dergelijke, maar letterlijk: een oudere vrouw die in devote aanbidding alle Duitse literaire letters van de lippen van de prof las (niet letterlijk op te vatten). Als tieners/twintigers vonden wij dit maar een raar fenomeen en stiekem lachten we de arme oude doos een beetje uit.


Twintig jaar later sta ik aan de andere kant: ik BEN de oude doos (ook niet letterlijk te nemen).


Aangezien ik dan toch kunsthistorisch aan de slag moet / wil, een opsomming van de voorlopige feiten, al dan niet historisch:
  • Ik bezit een kaart van de UGent (die mij geen kortingen oplevert, geen idee waar ze verder voor dient: uitzoeken dus.)
  • Ik bezit een kaart van de Kunsthistorische kring, die mij WEL kortingen oplevert: driewerf hoera. De mevrouw van Standaard Boekhandel fronste wel even, maar kunsthistorisch gezien mag een student daar blijkbaar wel wat 'gedateerd' zijn - grijns. Stiekem schep ik er toch wel een beetje een sardonisch genoegen in om overal te vragen of ik korting krijg met mijn studentenkaart ...
  • Ik was nog maar net ingeschreven, of ik zat al in de drek (om dat Engelse clichématige gemeengoedje wat te vermijden): een buis in de kelder van de Blandijn bleek gesprongen te zijn (nu al buizen? ;-). Dat leverde een vreemdsoortig gehuppel door waterachtige substanties (niet nader te omschrijven, eerlijk gezegd) naar een gezellig kelderoord alwaar drie studenten boekenverkoop hielden en waar ik een turf van 4 kilo kon kopen.
  • Wetenswaardigheid: Studenten met opgerolde stukjes keukenrol in hun neus leveren een verfrissende aanblik op.
  • Wetenswaardigheid: Het slot op de kast van de Kunsthistorische kring is wat roestig - blijkt moeilijk te openen (zelfs met wetenschap van de juiste code): al ligt dat ook weer kunsthistorisch in de lijn der verwachtingen. Great expectations!
  • Een feit: de hersentraining die mij vanaf nu te wachten staat, zal mij toch voor minstens een aantal jaar vrijwaren van vroegtijdige dementie.
  • Het tijdschrift van de kunsthistorische kring heeft N.A.A.K.T. als titel en is razend boeiend (op de paar taalkundige malheures na - tja - ik blijf natuurlijk ook een schoolfrik Nederlands ;-), beware!)
  • Ik mag volgens de studentenkaart deelnemen aan cantussen - een mens moet grenzen blijven verleggen, dat heb ik altijd gevonden.
  • De student achter mij (een jonge frisse knaap) wilde hoegenaamd GEEN studentenkaart en ik was geïntrigeerd: waarom? Het jongmens in kwestie keek er zelfs een beetje getormenteerd bij, als was het een oneerbare vraag. Eentje om over na te denken.
  • Een oud-leerlinge (talig geschoold) kwam binnen gedarteld en riep spontaan (en een beetje verschrikt): 'Mevrouw Misschaert!' ... Daar ging mijn incognito cover en hopla: ik werd weer oude doos ;-)
  • Buiten liep nog een oude doos rond: een zwerver met talloze zakjes, een kapsel dat niet echt uit de toon viel en een zeer duistere blik. Mij vielen vooral de lompen rond zijn schoenen op. Volgens kenners heet hij Zakman (alweer een dubieus gekozen naam) en er doen wilde verhalen de ronde. Ik ben dol op wilde verhalen en een geschiedenis achterhalen is ook kunsthistorisch, toch?





En voor nu: focussen op de te kennen leerstof: eitje of totale en kunstzinnige afgang?
Hoe zeg je SOS op zijn kunsthistorisch?


Groetjes,


Inge

vrijdag 21 november 2014

Beste mevrouw Christie

Voor een schrijfwedstrijd van een Nederlandse krant, schreef ik deze brief naar één van mijn lievelingsschrijfsters, Agatha Christie. Ik heb niets gewonnen, verwachtte dat ook niet, maar het was erg leuk om mee te doen.


Beste mevrouw Agatha Christie,

Dat ik u schrijf is niet gepland, maar een opwelling. Geen misdrijf met voorbedachten rade, maar in sommige ogen misschien een faux-pas. Ik schrijf hem namelijk met wat de Engelsen zo mooi een 'alterior motive' noemen. (Het Engels blijft voor mij de taal van de Britten, een feit dat u mij wellicht niet kwalijk zal nemen). Ik neem met dit schrijven immers deel aan een wedstrijd, wat sommigen misschien als een belediging zouden opvatten, maar u wellicht gewoon tot een nieuw mysterie zou voeren. Nadat u bijgekomen bent van het lachen. Maar wie weet of ik deze brief ooit echt had geschreven, mocht er geen wedstrijd zijn geweest? Dat zal altijd een mysterie blijven.

Laten we de ernst van deze epistolaire conversatie even onder de loep nemen. De brief is namelijk nog steeds aan u gericht, hoewel hij over enige tijd misschien in een krant afgedrukt staat (dan heb ik gewonnen), of op mijn weblog (dan heb ik niet gewonnen), waar ik de tekst ook op een lezend publiek zal loslaten.

Deze briefwisseling is bovendien erg onrealistisch. Om te beginnen is de tijd ons ongunstig. Geen normaal mens schrijft een brief waarop onmogelijk een antwoord zal komen - of er zou goddelijke interventie aan te pas moeten komen. U bent namelijk niet meer onder de levenden (of scherper geformuleerd: u ligt al een tijdje onder de zoden - een zeer jammer feit, mag ik wel zeggen.)

Bovendien zijn brieven - zoals u ongetwijfeld op dit moment fronsend bedenkt - erg persoonlijk en alleen voor de geadresseerde bedoeld (nog zoiets: ik heb uw adres helemaal niet!) en zeker niet voor vreemde ogen en al helemaal niet voor honderden ogen.

Maar goed, ik schrijf voort. Want uit de vele levende en dode bekenden heb ik ervoor gekozen om u te schrijven. Het wedstrijdreglement schreef een bekende persoon voor, dood of levend. Wees gerust, ik verwacht geen applaus, ik ben ook geen vervelende stalker, maar een oprechte bewonderaar van uw werk.

We zijn inmiddels bijna honderd jaar verder dan de tijd waarin u leefde en vertoefde. Ik vraag me af wat u zou vinden van de eeuw waarin ik nu leef. Welke mysteries zou u nu bedenken? Zouden zij nog steeds dat typische herkenbare aura bezitten van de legendarische auteur die u bent (het woord sterft immers niet!).

We zullen het nooit weten (en deze brief is gelimiteerd in woorden, mijn excuses.)

Met oprechte hoogachting,

Inge Misschaert

P.S. 1: Ik lees nu uw boek 'Agatha Christie Mallowan, speuren naar het verleden'. Mijn antwoord op uw voorwoord is: het is géén niemendalletje - en zeker geen teleurstelling.

P.S. 2: Ik hoop van harte dat u datzelfde gevoel hebt over mijn brief - waarvoor dank.

dinsdag 11 november 2014

Van Brabo, handjes en mooie herfstdagen in eigen land

Terwijl radio Klara's muziek uit de film The constant gardener de huiskamer zachtjes opvult en elk in een hoekje zijn eigen ding doet, schrijf ik dit bericht. De avond valt nu vlug, schemering duurt maar even.

We waren in Brabo's stad vandaag, voor een wandeling in het historische centrum. Toerist in eigen land, dachten we gniffelend en met een kaart en gids uitgerust reden we de stad binnen. Of het stad - al druist die combinatie erg tegen mijn taalgevoel in ;-). Ach.

Het was een perfecte dag voor een stadsbezoek: prachtig weer en weinig volk. De foto's zijn een willekeur aan wat mij opviel. Ik weet bijvoorbeeld niet welk gebouw hieronder op de foto staat, maar ik vond de vorm ervan prachtig. Als je dan even je ogen sluit voor alles wat modern is, dan zie en hoor je zo de koetsen over de kasseien rollen, hoor je het geruis van lange rokken en het getik van wandelstokken van goedgeklede heren. Om de een of andere reden hoor ik er ook vioolmuziek bij, maar dat kan aan mijn radiokeuze liggen.

Ik nam de foto tegen de zon in en vind het resultaat best geslaagd. Her en der duiken zulke stambeelden op. Ik weet niet wie deze koene ruiter is, dat moet ik dan even opzoeken.Het paard doet me dan weer aan Bucefala denken en alle verhalen daarrond.

 De botanische tuin is leuk om doorheen te wandelen. Ik stel me bij dit soort entrees ook altijd het koetsgedruis van hierboven voor. Ik ben echt in de verkeerde tijd geboren, denk ik ;-) ...


Dit kunstwerk intrigeerde: gaat de mens naar boven? Of is het andersom?

En in die tuin vond ik ook een stoeltje dat mij past ...

 Mijn dochter verklaarde de liefde in het grind.

Het toneelhuis blijft gewoon prachtig. Daar moet ik toch ooit eens heen voor een voorstelling.

Ooit ben ik eens in deze winkel binnen geweest, waar de deur voor je wordt opengedaan door een portier in livrei (of iets dergelijks) en waar je bijna niet durft te bewegen (ik toch niet).

Dit vond ik echt boeiend. Jarenlang heb ik met zulke barbiepoppen gespeeld. Ik had er een stuk of vijf en maakte hele collecties kleren voor hen uit oude sokken en stofjes die ik van mijn mémé kreeg. Nostalgie!

Rubens ...

Om deze pracht kun je echt niet heen.


Een grappige naam van deze bistro. Ik vraag me af of er een verhaal achter zit. Dat moet haast wel ...


Terug naar huis, genieten van mooi geschilderde luchten en een prachtige zonsondergang. En nu een zalige kop thee met een echt Antwerps handje erbij! Tja, cultuur moet nu eenmaal geproefd worden, toch?


Steden en hun overvloed aan verhalen blijven me boeien. De muziek op de radio en in mijn hoofd gaan door en terwijl ik door mijn raam naar de rust van de velden kijk, leeft de stad nog een klein beetje verder in mij.

maandag 10 november 2014

Van herfstblues, beursflow en schrijfzin

Het wordt buiten steeds herfstiger en een kleurig blaadjestapijt fleurt de straten op. Ondanks het verval is dit helemaal mijn seizoen.

Het ochtendlicht, het avondlicht, de rode, gele en roestbruine blaadjes zijn voedsel voor mijn ziel. De natuur die zich klaarmaakt voor de winter en de belofte van nieuw ontluiken al in zich heeft. De theelichtjes en de gezelligheid binnen tegenover het gure weer buiten. Zelfs de kerstversiering die weer veel te vroeg in etalages opduikt doet de eindejaarsnostalgie in mij ontwaken.

Blues afgewisseld met momenten van opperste euforie maken me nu niet meer somber, maar gelukkig. Ik luister naar cellomuziek, een instrument dat mijn ziel raakt en denk terug aan de beurs en de flow die daarbij hoort. De mensenmassa's, de boekenmensen, al die leuke ontmoetingen met gelijkgestemde zielen.

Ik was laatst weer in Schleiper in Gent. Ik hou van de geur van potloden en verf, ik hou van papier en inkt en ik kocht pennen en bleu mystère. Laat die blues maar blijven komen. Mijn schrijfzin is wakker. Een nieuw idee rijpt als de botten aan de takken van de bomen.

Ik schrijf.






woensdag 17 september 2014

Over het vallen van het blad, palpitaties en vechten tegen bierkaaien

'Het is het vallen van het blad,' sust mijn moeder aan de telefoon. Ik hoor de echo van haar stem als een soort droste-effect in mijn oor. De uitleg voor najaarsperikelen.

Pas op, het gaat goed met ons. Ik zeg het hardop in de telefoon en ze lacht. Het gaat goed met ons. Het klinkt als een mantra. En er klinkt een vastberadenheid in door: jazeker, het MOET goed met ons gaan.

Twee weken middelbaar en dochter - en zoonlief zijn het al helemaal gewoon. Met de fiets naar school, waar ik de palpitaties van krijg. 'Loslaten is zo moeilijk,' hoor ik door de telefoon. Moeders hebben altijd gelijk (ook als ze dat niet hebben). Elk uur een ander vak, naar een ander lokaal. Veel meer huiswerk, ook dat went.

En dan plots, na het weekend: buikgriep bij dochter. Geen nood, een paar dagen rusten en dat passeert wel weer. Het gaat tenslotte goed met ons ..., toch? Maar dat is buiten de diabetes gerekend.

Buikgriep betekent niet kunnen eten. Geen maaltijdinsuline kunnen spuiten. Bloedsuikerwaarden die alle kanten op schieten. Een spelletje hoger-lager, maar dan echt. Dus moeilijke nachten. Om de twee uur opstaan, kind opmeten, ketonenwaarden meten in de urine, want die moeten weg, anders volgt er een ziekenhuisopname. Vechten tegen bierkaaien noem ik dat.

Vanochtend, aan de ontbijttafel. Het gaat goed met ons, buiten dat we wat moe zijn, maar ach, 't is het vallen van het blad, nietwaar? De moed erin houden, daar gaat het om. Dochter heeft geen honger, maar wil wel naar school. Briefje voor turnleerkracht: als je duizelig bent, is LO geen goed idee. Met de auto naar school gebracht. Zoonlief fietst wel, dat moet. Loslaten, weet je wel?

Tijdens het schoolwerk met de gedachten bij dochterlief zijn en wel duizend vragen zonder antwoord. Gaat het wel goed? Staat ze niet te hoog? Te laag? Krijgt ze een hypo? Vangt iemand wel de signalen op? Palpitaties alom. Loslaten is nog moeilijker bij dit kind.

Geen nood, 't is 't vallen van het blad. Palpitaties passeren wel weer. En hé, het is mooi weer. En woensdag. De hond snurkt gezellig naast mij. Straks een wandeling naar het pleintje. Om puppies en kinders uit te laten en bierkaaien en al de rest te vergeten.

Het gaat gelukkig weer goed met ons.

Groetjes,

Inge




zaterdag 12 juli 2014

Over de zee die trekt, de hond die dat niet meer doet en hoe de twee elkaar ontmoetten ...

Ik ben zot van de zee, al heel mijn leven en dat is de schuld van mijn moeder. We gingen er vaak in het weekend heen, naar De Panne of naar Zeebrugge, voor een dagje uitwaaien aan het strand. Drie kinderen en een hoop spullen in een auto gepropt, handdoeken voor de ramen tegen de warmte (tja, het pré-aircotijdperk), emmers en dweilen tegen reiszieke kindermaagjes (ik pleit schuldig) en De Frigobox met al het lekkers erin.

Ik herinner me de kolonne van de parkeerplaats naar het plekje tegen de duinpan waar we neerstreken met strandzeil en tenten, de houten hamer om de palen voor dat zeil stevig in het zand te kloppen, de frigobox, de strandstoelen met de oranje bloemenprint (iedereen heeft ze vast al gezien), het strandspeelgoed, de watersandaaltjes aan onze voeten, de kinderschopjes die wij moesten dragen en die bij elke stap pijnlijk tegen onze schenen sloegen, de bloemen uit crêpepapier die we samen met mémé vooraf gemaakt hadden en voor handenvol schelpen, messen of tandjes verkochten.

Ik weet nog hoe het voelt om op een warm stuk zand neer te ploffen, hoe de zonnecrême rook die we om de zoveel tijd opnieuw opgesmeerd kregen, hoe we met onze handen putten in het zand groeven en het verschil tussen het fijne warme zand en het vochtige zand dieper in de put, waar je zandkastelen en taartjes van kon maken, 'paté'tjes', zoals mijn moeder altijd zei.

Ik ruik nog de geur van de koude schotel die we 's middags aten uit de pastelkleurige tupperware potjes: koud varkensvlees in blokjes met aardappelen, boontjes en vinaigrette, ik doe mijn ogen dicht en proef die smaak. Er is niets dat heerlijker smaakt op een winderig strand met de zon op je petje en een zandkorrel die kraakt tussen je tanden.

Ook manlief heeft zulke nostalgische herinneringen aan ons zeeland en we trekken zelf ook regelmatig naar de kust voor een dagje zand en zon. Er gaat niets boven een dag zon, zee en strand als het warm is: niets dat je beter ontspant dan dat, daar kan geen viersterrenreis tegen op. Aan de zee is het weer eigenlijk nooit slecht: als het regent duurt het nooit lang en wind is er altijd: niets zo goed als een strandwandeling om je gedachten weer op een rij te zetten.

Vandaag maakten hond en de zee kennis met elkaar. We hebben een modelhond. Echt. Ginny is enthousiast, maar voorzichtig, leert ontzettend snel en staat als een peuter open voor nieuwe ontdekkingen. Een hap in het strand was daar de eerste van. De zee was iets wat moest ontdekt worden, natte poten zijn leuk, maar dat water dat beweegt, daar was ze toch niet zo tuk op.


Ze was enthousiast over het rennen op het 'harde' strand, werd bijna onder de voet gelopen door een grote boxer (of iets dergelijks), was bang van de golven en ook van een minihondje (geen idee wat voor ras) en van driewielers moet ze precies ook niet weten. Door de hondentraining trekt ze ook niet meer aan de lijn en dat wandelt voor ons ook een stuk leuker.

We reden terug, moe van wind en strand en hond, in onze buiken geen koude schotel, maar warme erwtensoep met brood en op de achterbank slapende kinderen en pup.

Dag zee, tot gauw!

Inge

donderdag 10 juli 2014

Over voetbal, een halve banaan en mijn eerste Moleskine

Ik heb niets met voetbal. Toen ik vroeger ging babysitten, had ik zoveel last van mijn overmatige verbeeldingskracht, dat ik op de tv naar het voetbal keek, omdat dat het enige 'programma' was, waar ik niet bang van werd. Vreemd huis, vreemde schaduwen, hoekjes en geluiden. Het was niet voor mij weggelegd, het voetbal. Het babysitten ook niet.

Toch doet dit WK me iets, al heb ik er nog maar twee wedstrijden van gezien (televisie mét kabel bij vrienden) en eentje gehoord (samen met echtgenoot met ons oor tegen een box, dat was de wedstrijd tegen Amerika). De eensgezindheid tussen de fans (en de af-en-toe-fans), dat doet toch wat. Nog nooit zoveel vlaggen gezien op straat. Niet op 21 juli. Niet op de dag van de verkiezingen. Maar bij een WK tonen we kleur. Zie je wel.

Gisterennacht was voetbal ook weer via radio, afgewisseld met controleprikjes bij de dochter. We moesten toch wakker blijven: de twijfel-hypo (61 om half twaalf), werd na een uur een echte hypo (46 om één uur). Fanta en een halve banaan bleken een uur later het tij te doen keren (86 om half twee), maar een moederhart is nooit zeker, dus toch maar nog eens om twee uur checken: 186. Te hoog, maar oef. Tussendoor even gespiekt op de smartphone naar de uitslag van de match: het wordt Duitsland-Argentinië zondag, fluister ik echtgenoot toe. Hij gromt een beetje, ik ben niet zeker of dat feit geregistreerd is, zo midden in de nacht, ruim na spokenuur. Zondag voetbaldag, zeker weten. Misschien wel op een scherm en anders is er nog de radio.

Gisteren een halve dag naar Gent gereden. Vakantie in eigen land maakt dat zelfs regendagjes niet zo erg zijn. En het werd een leuke namiddag: browsen in een heerlijke boekhandel (ook met een hypo, gelukkig serveren ze daar chocolademelk) en daarna nog een andere winkel in voor de spelletjes voor zoon- en manlief. Oogst van de dag zie je hieronder, boeken voor mij (Jane Austen, Alan Bradley, Gent), boek 'Vechten voor je leven' voor dochterlief, Adrian Mole (nostalgie!) en Razende Romeinen voor zoonlief en dan zag ik nog de film Grand Budapest Hotel staan. Couldn't resist.


In de boekhandel staat een tafeltje waar een waar Walhalla uitgestald ligt: schriftjes en schrijfdingen, boekenzakken met leuke opschriften, postkaarten met quotes van Jane Austen, kortom, een tafel waar ik hebberig van word en mijn portemonnee lichter. Denkend aan verbouwingsplannen, kinderen naar het middelbaar en boekenkasten die uit hun voegen barsten, heb ik me manhaftig omgedraaid, maar voor die mooie schriftjes van Moleskine ben ik toch bezweken. Het is de eerste keer dat ik ze koop. Een schrijver zonder schriftje, geef toe ... Da's als een voetballer zonder bal, toch?

Het is kwart over zeven, mijn eerste mok koffie is uit, de hond snurkt en ik grijp nu naar dat eerste schriftje.

Schrijfgroet,

Inge